Hedendaagse Kunst in de Openlucht

Hooglandse Kerkgracht

Ruben Jager
Hedri Kool
Daan Liu
Lorena van Bunningen
Joakim Derlow
Tijl Orlando Frijns
Ruben Mols
Rein Verhoef
Olle Stjerne
Dario Bongiovanni
44
45
46
47
48
49
51
52
53
54

Hooglandse Kerkgracht

18 mei t/m 6 augustus 2017

100 jaar na De Stijl

In 2017 ligt de basis van het thema in het gegeven dat De Stijl 100 jaar geleden door Theo van Doesburg in Leiden is opgericht.

Het was de liefde die Theo van Doesburg (pseudoniem van Christian Emil Marie Küpper) naar Leiden bracht, waar hij in november 1917 het tijdschrift De Stijl begon uit te geven. Met bijdragen van o.a. Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Anthony Kok, Jan Wils, Gerrit Rietveld en J.J.P. Oud, brak dit tijdschrift radicaal met de toentertijd geldende ideeën omtrent kunst en vormgeving. De invloed hiervan is tot op de dag van vandaag zichtbaar. Van Doesburg begon De Stijl in Leiden aan het Kort Galgewater 3. Vanuit zijn kamer keek hij uit op de Blauwpoortsbrug. Dit werd een geliefd onderwerp voor zijn studies. Hij tekende en schilderde; en schilderde dòòr. Net als Picasso en Cezanne abstraheerde hij het onderwerp. Theo van Doesburg deed het wel anders; hij noemde het doorbeelden. Hij schilderde door tot de brug 'verdwenen' was. In Museum De Lakenhal zijn hiervan prachtige voorbeelden te vinden.

Het feit dat Theo Van Doesburg -evenals Mondriaan- overtuigd was van de kracht van horizontalen en verticalen als onderdeel van de nieuwe schoonheid; bovenal ook, omdat hij van mening was dat de kracht lag in het collectief ten opzichte van het individu; en ongetwijfeld ook door de kracht waarmee hij zijn ideeën vooruit dreef, botste het al snel met de ideeën Van der Leck, die in 1918 formeel De Stijl al verliet. Dat is de tegenstijdigheid; van kunstenaars verwacht je niet dat twee er precies hetzelfde doen. De kracht van kunst ligt ook in uniciteit. Het is in de kunstwereld tekenend dat een strak keurslijf leidt tot frictie en ruzie. Toch bleef De Stijl solide, min of meer consistent en werd het van internationaal belang. Na de dood van Theo van Doesburg in 1931 verscheen het laatste nummer van De Stijl onder toezicht van zijn weduwe Nelly, in januari 1932.

De Stijl is voornamelijk door marketing synoniem met de primaire kleuren rood, geel en blauw, horizontalen en verticalen. Denk aan het Rietveld Schröderhuis, de Gerrit Rietveld stoel en de schilderijen van Mondriaan. De werkelijkheid is echter veel rijker. De Rietveld stoel was aanvankelijk grijs. Van Doesburg en vele anderen gebruikten evengoed secundaire kleuren en diagonalen. (Jawel: Ruzie met Mondriaan). Van Doesburg had ook dadaïstische ideeën en schreef dada poëzie. Ook figuratief werkende kunstenaars werden besproken in De Stijl.

Wij zijn 100 jaren verder. Is De Stijl nog steeds relevant? Het is interessant om te zien hoe de jonge kunstenaars omgaan met de ideeën van De Stijl, of  je het terug ziet in hun werk en of  dit nog steeds leidt tot interessant werk.
Dit is de achtergrond waartegen de curatoren voor de editie Beelden in Leiden 2017 op zoek zijn gegaan naar kunstenaars die op hun eigen hedendaagse manier aansluiten op deze thema's.