Raakvlakken

Het is 1917. Terwijl de Eerste Wereldoorlog diepe bressen in Europa slaat, de Russen in Leningrad de Februarirevolutie uitroepen en het Nederlandse volk discussieert over het vrouwenkiesrecht, werkt in Leiden de kunstenaar Theo van Doesburg koortsachtig aan een nieuw tijdschrift, getiteld De Stijl. Het revolutionaire elan dat Theo van Doesburg en zijn artistieke kompanen met dit experimentele tijdschrift ontketenden, wordt honderd jaar na dato landelijk herdacht en gevierd. De Stijl staat symbool voor het geloof in vooruitgang, maakbaarheid en internationalisme. Het heeft wereldwijd velen, zowel in de kunsten als in de populaire cultuur, geïnspireerd.

Beelden in Leiden presenteert voor het zesde achtereenvolgende jaar een tentoonstelling van jong Nederlands beeldhouwtalent, die dit jaar helemaal in het teken staat van 100 jaar De Stijl. Onder de vleugelnotenbomen van de Hooglandse Kerkgracht wordt het werk van elf beeldhouwers gepresenteerd. Door veelbelovende talenten te koppelen aan een gerenommeerde kunstenaar, onder leiding van professionele curatoren en in combinatie met een uitgebreid nevenprogramma, heeft de organisatie een uniek profiel opgebouwd. Dit jaar is Krijn de Koning (1963) de ‘master’ die de jonge kunstenaars voorgaat. Sinds de jaren negentig bouwde hij een indrukwekkend oeuvre op van architectonische installaties, fijnzinnige modellen en sculpturen waarmee hij een geheel eigen positie inneemt in de geometrisch-abstracte traditie.


Het curatorenteam bestaat dit jaar uit Guido Winkler en Iemke van Dijk, die als kunstenaars en ‘culturele entrepreneurs’ een omvangrijk netwerk van geometrisch-abstract werkende kunstenaars hebben opgebouwd, van Sydney tot San Francisco.

De jonge talenten die zij selecteerden, presenteren kunstwerken die visuele raakvlakken vertonen met de geometrischabstracte kunst van De Stijl of die andersoortige verwantschap laten zien, bijvoorbeeld doordat ze een contemplatieve zuiverheid oproepen of juist uitblinken in het uitbalanceren van contrasten. Tegelijkertijd staan deze jonge talenten met beide voeten stevig in de 21e-eeuw. Winkler en Van Dijk zijn niet alleen geïnteresseerd in de afzonderlijke kunstwerken, maar ook in de totaalervaring van de tentoonstelling. Als curatoren besteden zij extra aandacht aan de wijze van tentoonstellen, waarbij ook de verhouding tussen sokkel en sculptuur wordt belicht. Daarmee voegen zij weer een nieuwe dimensie toe aan de uitstraling van Beelden in Leiden.


Tot slot kan niet onvermeld blijven dat deze zesde editie andermaal laat zien hoe sterk Leiden is in co-creatie. De tentoonstelling ‘Raakvlakken’ is ingebed in samenwerkingsverbanden met onder meer muziektheatergezelschap De Veenfabriek, het RAP (Rijnlands Architectuur Platform), de galerie van het LUMC, het Achmeagebouw, de Leidse Schouwburg-Stadsgehoorzaal en Leiden Marketing. Deze zomer presenteert Openlucht Museum De Lakenhal een tentoonstelling op het Pieterskerkhof, van internationale kunstenaars uit het netwerk van Winkler en Van Dijk. Een dergelijke synergie geeft kracht en uitstraling aan het culturele profiel van de stad.

In 2017 staat heel Leiden op de schouders van De Stijl.

Meta Knol
Directeur Museum De Lakenhal

 

Het was de liefde die Theo van Doesburg (pseudoniem van Christian Emil Marie Küpper) naar Leiden bracht, alwaar hij in november 1917 het tijdschrift De Stijl begon uit te geven. Met bijdragen van o.a. Piet Mondriaan, Bart van der Leck, Anthony Kok, Jan Wils, Gerrit Rietveld en J.J.P. Oud, brak dit tijdschrift radicaal met de toentertijd geldende ideeën omtrent kunst en vormgeving. De invloed hiervan is tot op de dag van vandaag zichtbaar. Van Doesburg begon De Stijl in Leiden aan het Kort Galgewater 3. Vanuit zijn ruimte keek hij uit op de Blauwpoortsbrug. Dit werd een geliefd onderwerp voor zijn studies. Hij tekende en schilderde; en schilderde dóór.

Net als Picasso en Cezanne abstraheerde hij het onderwerp. Theo van Doesburg deed het wel anders; hij noemde het doorbeelden. Hij schilderde door tot de brug ‘verdwenen’ was. In Museum De Lakenhal zijn hiervan prachtige voorbeelden te vinden.
Theo van Doesburg was ervan overtuigd dat zuivere kunst voortkomt uit de geest en niet uit de wereld om ons heen. Hij was buitengewoon actief in het proclameren van zijn ideeën en wordt tegenwoordig gezien als een van de belangrijkste vernieuwers van de kunst van de twintigste eeuw.

Naar aanleiding van een tentoonstelling van De Onafhankelijken in 1915 schreef Van Doesburg een artikel waarin hij ‘de Modernen’ verdedigt. Voor kunstenaars onderscheidt hij twee belangrijke kwaliteiten: beslistheid aan de ene kant en weifelen aan de andere. Samen met Erich Wichmann maakte Van Doesburg toen al plannen voor een artistiek tijdschrift. Volgens Van Doesburg moesten kunstenaars heldere keuzes maken. Om nieuwe wegen te vinden moest je oude uitgangspunten ter discussie kunnen stellen. Ook de toentertijd belangrijke stromingen als Art Deco en de Amsterdamse School. Alles moest anders.

Het was Bart van der Leck die in 1916, waarschijnlijk vanuit zijn achtergrond als glas-in-lood kunstenaar, in puur rood, geel en blauw begon te schilderen. Het werk van Mondriaan was toen veel terughoudender in kleur maar bestond wel uit horizontalen en verticalen. Van Doesburg moet gedacht hebben dat deze heren kunstenaars waren met wel zeer ‘besliste ideeën’. De een bracht alles terug tot de primaire kleuren, de ander alles terug tot horizontalen en verticalen. De combinatie van deze ingrediënten vormden De Stijl. Eerst werd de groep ‘Bewust Abstracten’ opgericht, dit werd ‘Nieuwe Beelding’ en in oktober 1917 (uitgesteld vanwege papierschaarste door de eerste wereldoorlog) verscheen het tijdschrift De Stijl.

Het feit dat Theo Van Doesburg -evenals Mondriaan- overtuigd was van de kracht van horizontalen en verticalen als onderdeel van de nieuwe schoonheid en omdat hij van mening was dat de kracht lag in het collectief ten opzichte van het individu, versterkt door de kracht waarmee hij zijn ideeën vooruit dreef, botste het al snel met de ideeën van Van der Leck, die in 1918 formeel De Stijl alweer verliet. Dat is de tegenstrijdigheid: van kunstenaars verwacht je niet dat ze zich aanpassen en hetzelfde doen. De kracht van kunst ligt ook in uniciteit.

In dwarsheid. Het is in de kunstwereld tekenend dat een strak keurslijf leidt tot frictie en ruzie. Des te meer is het bijzonder dat De Stijl progressief bleef, en min of meer consistent. Het werd van internationaal belang. Na de dood van Theo van Doesburg in 1931 verscheen het laatste nummer van De Stijl onder toezicht van zijn weduwe Nelly, in januari 1932.

Mede door marketing is De Stijl synoniem met de primaire kleuren rood, geel en blauw, horizontalen en verticalen. Hetgeen in essentie juist is. Denk aan het Rietveld Schröderhuis, de Gerrit Rietveld stoel en de schilderijen van Mondriaan. De werkelijkheid is veel rijker. De Rietveld stoel was aanvankelijk grijs. Van Doesburg en vele anderen gebruikten evengoed secundaire kleuren en diagonalen. (Jawel: ruzie met Mondriaan). Van Doesburg had ook dadaïstische ideeën en schreef dada poëzie. Ook figuratief werkende kunstenaars werden besproken in De Stijl.

Waarschijnlijk is de belangrijkste erfenis van Van Doesburg de concrete kunst.

Kunst moest in zijn ogen een nieuwe werkelijkheid scheppen door middel van schilderkunstige en bedachte principes. Alleen dan kan de kunstenaar werkelijk iets nieuws laten ontstaan. Het ging om de vergeestelijking van de kunst. Zoals Van Doesburg het zei: ‘Niets is concreter dan een kleur, een vlak, en lijn.’ Het is.

Wij zijn 100 jaren verder. Hoe staan wij er voor? Is De Stijl nog steeds relevant?

Het is onmiskenbaar dat Van Doesburg, die het magazine voor nieuwe beelding De Stijl in Leiden uitgaf, tot op de dag van vandaag invloed heeft. Maar het is ook 100 jaar geleden en daarmee iets van toen. Het Bauhaus, de Russische avant-garde, het Amerikaans Abstract Expressionisme, pop art, Fluxus, Zero, Post-modernisme... (en dit is een verre van volledige opsomming)... er is in de tussentijd heel veel gebeurd. Het ligt voor de hand dat de invloed niet één op één zichtbaar is. Interessanter om te zien is, in hoeverre de jonge kunstenaars van nu met deze kennis, hier al dan niet bewust mee omgaan en of dit nog steeds leidt tot interessant werk. Tevens is het
interessant te zien, of en hoe de werken op de Hooglandse Kerkgracht zich verhouden tot elkaar en ten opzichte van het werk op de andere locaties met meer gearriveerde kunstenaars zoals in het Achmea gebouw en op het voorterrein van het LUMC.

In november is het honderd jaar geleden dat De Stijl verscheen. In oktober is het tien jaar geleden, dat BIL’s huidige curatoren IS-projects begonnen. Werk van van twintig kunstenaars uit Europa, Australië en de Verenigde Staten kwam samen in een huis aan de Drie Octoberstraat in Leiden en in Le Petit Port, de toenmalige galerie van Jacqueline Petit. Veel kunstenaars kwamen ook. Jan Maarten Voskuil, Jasper van der Graaf, Jan van der Ploeg, Sanne Bruggink en Gracia Khouw bijvoorbeeld. Tilman, hier met een werk in Achmea vertegenwoordigd, was ook een belangrijke bron voor “UND Jetzt”, de titel van de eerste tentoonstelling. En bovenal Billy Gruner, die een essay schreef: “UND Jetzt, a gathering in Leiden”. Met name kunstenaars als Tilman, Jan van der Ploeg, Matthew Deleget, Billy Gruner waren het die het discours van de door Van Doesburg concrete kunst nieuw leven hebben ingeblazen. Zij creëerden platforms waar deze kunst kon worden gezien. PS (Jan van der Ploeg), CCNOA (Tilman), SNO (Billy Gruner), Minus Space (Deleget) en NOS (Huston) zijn hiervan voorbeelden. Zo ook IS-projects (Winkler/Van Dijk), ParisCONCRET (Richard van der Aa), PIT (Linda Arts) en weer later TADA van Marije Vermeulen en Guido Nieuwendijk. Er was ook discussie rondom de terminologie. Zo werd de term non-objective art geadopteerd, naar de galerie van Peggy Guggenheim. In New York prefereerde Deleget de term Reductive Art. Maar what’s in a name? Feit was, dat een jaar of vijftien geleden met het internet als katalysator, min of meer gelijkgestemde kunstenaars van over de wereld contact met elkaar maakten en een nieuw discours ontstond, dat mede terugslaat op De Stijl en verwante stromingen. Het werk van de geselecteerde kunstenaars kan vanuit een nieuw uitgangspunt een visuele verwantschap hebben met De Stijl. Het kan ook zijn dat vanuit een reduktivistische grondhouding die mede terugslaat naar De Stijl, een nieuwe esthetiek ontstaat. Dit is waarop wij als curatorenteam de selectie hebben gemaakt.


Guido Winkler
Iemke van Dijk

Programma 2019

16 mei - Opening tentoonstelling Hooglandse Kerkgracht,

Hooglandse Kerk

 

11 januari - Bijeenkomst alle kunstenaars

februari - Masterclass Joep van Lieshout

27 juni - Frans de Witlezing

 

Jonge Beelden

Volg ons

en blijf op de hoogte

Welkom! Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. We gebruiken deze cookies alleen voor het verzamelen van analytische gegevens. Deze gegevens zijn volledig anoniem en uw privacy wordt hierin niet aangetast.